Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Lasix® behoort tot de groep van de diuretica. Lasix® is geïndiceerd bij acute nierinsufficiëntie, chronische nierinsufficiëntie en nefrotisch syndroom.
Het gebruik van Lasix® aan hoge dosis is enkel aangewezen bij patiënten bij wie de nierfunctie sterk is aangetast en dit in het geval van :
De diuretische werking van furosemide steunt op de inhibitie van de chloride en de natrium reabsorptie in het stijgende gedeelte van de lis van Henle, voornamelijk in het medullaire, maar ook in het corticale deel. Door hetzelfde mechanisme wordt ook de kalium-excretie verhoogd.
Gezien de korte werkingstijd van furosemide wordt dit verlies snel gecompenseerd door de resorptie van kalium buiten de diureseperiodes. Er werd ook een verhoging van het magnesiumverlies waargenomen doch de klinische gevolgen hiervan zijn niet duidelijk.
Furosemide heeft ook een directe vasodilaterende werking. Bij patiënten met hypertensie vermindert furosemide de gevoeligheid van de vaatwand voor norepinefrine. Over het algemeen verhoogt Lasix de uitscheiding van water en zout. Zijn werking wordt niet beïnvloed door een verminderde glomerulaire filtratie, noch door een hypoalbuminemie noch door een acidotische stofwisselingsstoornis.
Lasix® 250 mg/ 25 ml concentraat voor oplossing voor infusie: 250 mg furosemide per 25 ml oplossing voor infusie.
Hulpstoffen:
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
De frequentie van de mogelijke bijwerkingen die hieronder worden genoemd, is gedefinieerd overeenkomstig de volgende afspraak: zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 op de 10 personen) vaak (komt bij 1 tot 10 op de 100 personen voor) soms (komt bij 1 tot 10 op de 1.000 personen voor) zelden (komt bij 1 tot 10 op de 10.000 personen voor) zeer zelden (komt bij minder dan 1 op de 10.000 personen voor) niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Volgende bijwerkingen werden beschreven:
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Vaak: Concentratie van het bloed (hemoconcentratie).
Soms: Tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie).
Zelden: Tekort aan witte bloedlichaampjes (leukopenie). Toename van bepaalde cellen (eosinofiele cellen) in het bloed (eosinofilie).
Zeer zelden: Bloedarmoede als gevolg van een te geringe aanmaak van rode bloedlichaampjes (aplastische anemie). Bloedarmoede als gevolg van een te grote afbraak van het bloed (hemolytische anemie). Zeer ernstige bloedafwijking (een abnormaal laag aantal witte bloedcellen in het bloed) (agranulocytose).
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: Allergische reacties.
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
Soms: gehoorstoornissen doofheid (soms onomkeerbaar)
Zeer zelden: oorsuizingen
Deze bijwerkingen zijn meestal van tijdelijke aard en komen voor wanneer de intraveneuze toediening te snel is gebeurd, of wanneer het product gelijktijdig wordt gebruikt met middelen die schadelijk zijn voor het gehoor of bij patiënten met ontoereikende nierwerking of met hypoproteïnemie (te laag gehalte aan eiwitten in het bloed).
Bloedvataandoeningen
Zeer vaak (voor intraveneuze infusie): Hypotensie: Lasix kan een verlaging van de bloeddruk veroorzaken die, voornamelijk wanneer ze zeer uitgesproken is, gepaard kan gaan met de volgende tekenen en symptomen: een verminderd concentratie- en reactievermogen, duizeligheid, gevoel van druk op het hoofd, hoofdpijn, draaierigheid, slaperigheid, gevoel van zwakte, gezichtsstoornissen, droge mond en orthostatische hypotensie (verlaagde bloeddruk bij het plots rechtstaan vanuit een liggende of zittende houding).
Zelden: Vasculitis (ontsteking van de bloedvaten).
Niet bekend: Neiging tot de ontwikkeling van trombosen (vorming van een bloedstolsel in een ader of slagader).
Maagdarmstelselaandoeningen
Soms: Misselijkheid.
Zelden: Braken of diarree.
Zeer zelden: Ontsteking van de alvleesklier.
Lever- en galaandoeningen
Zeer zelden: Leverstoornissen. Stoornissen in de leverfunctietesten (stijging transaminasen).
Huid- en onderhuidaandoeningen
Soms: Jeuk, netelroos, huiduitslag, bulleuze letsels (blaar- of blaasvormige letsels), roodheid of ontsteking van de huid met afschilfering of rode vlekken. Verhoogde gevoeligheid van de huid voor licht (fotosensibiliteit).
Niet bekend: Ernstige overgevoeligheidsreactie met (hoge) koorts, rode vlekken op de huid, gewrichtspijn en/of oogontsteking (Stevens-Johnson syndroom). Ernstige, acute (overgevoeligheids)reactie gepaard gaande met koorts en blaren op de huid/vervelling van de huid (toxische epidermale necrolyse). Plotse, veralgemeende eczeem-achtige blaasjes (AGEP). Geneesmiddelenhuiduitslag met eosinofilie (toename van de eosinofiele bloedcellen) en algemene symptomen (DRESS).
Indien een van deze huidreacties zich voordoet, stop dan het gebruik van Lasix en verwittig onmiddellijk uw arts.
Lasix 250 mg/25 ml en Lasix 500 mg zijn gecontra-indiceerd bij alle patiënten met een glomerulaire filtratie die normaal is of hoger is dan 20 ml/min. In dergelijke gevallen kunnen hoge dosissen Lasix immers tot een sterk vocht- en zoutverlies via de urine leiden wat een shock of ernstige stoornissen van de vocht- en de elektrolytenbalans kan veroorzaken.
Furosemide mag niet toegediend worden aan patiënten met:
- een overgevoeligheid voor furosemide of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen. Er bestaat een kruisallergie tussen furosemide en sulfamiden (bijvoorbeeld antibiotica van het sulfamide- of sulfonylureatype),
- dehydratatie of hypovolemie,
- nierinsufficiëntie met oligo-anurie die niet reageert op furosemide,
- een toestand van precoma of comateuze toestanden die optreden bij hepatische encefalopathie,
- ernstige hyponatriëmie,
- ernstige hypokaliëmie,
- aan zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven (zie "Zwangerschap en borstvoeding"),
- omwille van de aanwezigheid van lactose in Lasix 500 mg tabletten (55 mg/tablet) is dit geneesmiddel tegenaangewezen bij patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapp lactasefeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie.
Lasix 250 mg/25 ml mag niet toegediend worden in bolusvorm. Lasix 250 mg/25 ml mag alleen toegediend worden via infusiepompen waarbij het volume en de snelheid geregeld worden, om het risico op een accidentele overdosering te verminderen.
Lasix 500 mg mag alleen toegediend worden aan patiënten bij wie de glomerulaire filtratie sterk verminderd is. Zo niet bestaat er gevaar voor overmatig verlies van elektrolyten en van vocht.
De hoog gedoseerde farmaceutische vormen Lasix® 250 mg/25 ml (oplossing voor intraveneuze infusie) en Lasix® 500 mg (tabletten) zijn strikt voorbehouden voor patiënten bij wie de glomerulaire filtratie sterk verminderd is (GFR< 20 ml/min.)
De dosis die nodig is om de diurese op gang te brengen bij patiënten met nierinsufficiëntie hangt niet noodzakelijk af van de ernst van de nierinsufficiëntie noch van de morfologische veranderingen die aangetoond worden door de biopsie.
In bepaalde gevallen kan de gewone therapeutische dosis van Lasix® dan ook voldoende doeltreffend zijn, zelfs als de glomerulaire filtratie sterk verminderd is, in het bijzonder bij functionele oligurie of anurie. Elk geval kan een andere of onverwachte reactie uitlokken, en dus is het aan te raden om allereerst de diurese onder controle te houden door gewone dosissen Lasix® toe te dienen en die geleidelijk te verhogen, alvorens Lasix® 250 mg/25 ml of Lasix® 500 mg toe te dienen.
Wanneer de gewenste diurese bereikt is, is het aangeraden om niet alleen voor een zorgvuldige elektrolytensubstitutie te zorgen, maar ook om een nauwkeurige vochtbalans op te stellen, om een hypovolemie of een hypotensie te voorkomen bij acute nierinsufficiëntie.
| CNK | 0053017 |
|---|---|
| Breedte | 145 mm |
| Lengte | 135 mm |
| Diepte | 30 mm |